Ursulinenkapel

In de nabijheid van het Cattentorenprojekt, achter het gebouw van de LLTB - het huidige Ondernemershuis - en achter het zogenaamde Interpolisgebouw ligt een voor menigeen vrijwel onbekende kleine kapel, als een verborgen juweel. Deze Ursulinenkapel is te bereiken via de parkeerplaats aan de Steegstraat. De kapel uit eind zeventiende eeuw is aan het begin van de huidige eeuw door Rura gerestaureerd.

Op 20 oktober 2000 werd de kapel door de toenmalige eigenaar, de LLTB overgedragen aan de Stichting Rura voor de symbolische prijs van één gulden. De Stichting Rura heeft de kapel weer van een toekomst in volle glorie verzekerd. Met de grootste zorg historisch verantwoord gerestaureerd en weer ingericht als devotiekapel.

Voor en tijdens de restauratie kwamen een aantal interessante gegevens aan het licht, waardoor de geschiedenis en de achtergrond van de kapel duidelijker werden, terwijl het bouwhistorisch onderzoek tot wetenswaardige details leidde. Deze gegevens en details worden in het navolgende geboden.

Onder grote belangstelling werd de voltooiing van de restauratie afgerond met de heropening van de deuren door de toenmalige burgemeester, Drs. H.J. Kaiser en de herinzegening door de Vicaris van het Bisdom, Mgr. Dr. Th.G.J. Willemssen, op zaterdag 23 juni 2001.

De Orde der Ursulinen en de stichting van de kapel

Voor de plaatsing in de geschiedenis eerst kort iets over de Orde der Ursulinen, die in 1535 werd gesticht door Angela de Merici te Milaan en waarvoor in 1566 door de Aartsbisschop van Milaan, Carolus Borrumeus, een reglement werd opgesteld. De congregatie werd in 1621 hervormd tot een religieuze orde, die in de eerste helft van de 17e eeuw een stormachtige ontwikkeling doormaakte.

Op 1 mei 1646 schrijft de overste te Sittard, waar pas 2 jaar tevoren een klooster was gesticht, aan het stadsbestuur, dat de Ursulinen zich ook te Roermond zouden willen vestigen. Op 14 juni komt er al een antwoord van het Provinciaal Bestuur van Opper Gelre, dat, na overleg met de geestelijke overheid, de Ursulinen in Roermond kunnen worden toegelaten. Op 12 augustus van datzelfde jaar betrekken de Ursulinen al een pand aan de Steegstraat, dat voor hen door baron Bentinck was gekocht. In het vestigingscontract werd opgenomen, dat de Ursulinen gratis onderwijs moesten geven aan arme meisjes. Deze taak hebben ze tot 1783 uitgeoefend.

De grote stadsbrand van 1665 verwoest ook het klooster aan de Steegstraat, dat echter groter en meer voor het doel geschikt weer werd opgebouwd. De Magistraat van Roermond had toestemming gegeven voor de aanleg van een veldbrandoven op het terrein bij de Cattentoren. Hier zijn de stenen voor het klooster en de nieuwe Barokkerk gebakken. Op 21 october 1685 consacreert Mgr. Reginaldus Cools, Bisschop van Roermond, de Barokkerk, die door Jan de Beyer is getekend.

Het is zeer waarschijnlijk, dat de stenen voor de bouw van de kleine kapel in dezelfde veldbrandoven werden gebakken. Immers in 1696, dus als de Ursulinen gedenken, dat ze 50 jaar in Roermond gevestigd zijn, wordt de kapel geconsacreerd, ook tijdens het episcopaat van Mgr. Cools. Hiervan getuigen de ingemetselde datumcartouches in de voorgevel.

De periode 1700-1800

Lang is de kapel niet in ongeschonden staat bewaard gebleven. In oktober 1702 sloegen de Staatse troepen onder commando van Menno, baron van Coehoorn (1641-1704) het beleg voor Roermond. Deze buitengewoon intelligente vestingbouwkundige, uitvinder van onder andere het Coehoorn-mortier en de bajonet, voerde ook het Nieuw Nederlands Vestingbouwstelsel in, wat hem wereldberoemd maakte. Niet verwonderlijk dat hij onmiddellijk de zwakke plekken in het verdedigingssysteem van de stad zag en daarop zijn aanvallen concentreerde.

Op 6 oktober 1702 schoten de aanvallers een grote bres in de stadsmuur tussen de Venlosche Poort en de Cattentoren en braken daarmee de Franse defensie. Delen van de toen ontstane bres zijn nog als hersteld muurwerk te zien in de ontgraven stadsmuur bij de Cattentoren. De Ursulinenkapel is toen ook bijna zeker ten offer gevallen aan het krijgsgeweld. Gezien de bouwsporen zijn de topgevels en het dak tenminste beschadigd.

Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid is de kapel weer herbouwd en gerestaureerd in de periode, dat Fredericus Jacobus van Aefferden bisschoppelijk vicaris was te Roermond (12-05-1746 tot 15-06-1750). Als hommage aan zijn initiatief tot restauratie en ongetwijfeld ook een genereuze donatie is boven de toegang zijn wapen met waardigheidstekens aangebracht.

In 1783 heft keizer Joseph II ook te Roermond een hele reeks kloosters op. Alleen die orden, die maatschappelijk nuttig werk deden, werden gespaard. Hieronder viel ook de orde der Ursulinen met haar school voor arme meisjes en dienstboden. Op 28-02-1785 verpacht de Magistraat de Bovenwal langs de moestuin van de Ursulinen aan Van der Renne en op 15-04-1785 de vervallen stadswal en de Cattentoren ("de vervallen toren op de hoek van de Ursulinengaerde"). Het is duidelijk, dat de Magistraat het nut van de stenen stadswallen reeds lang niet meer ziet en hele delen van de stadsmuur inclusief muurtorens en poorten voor sloop verkoopt.

Op 26 september 1796 seculariseert het Franse bewind het Ursulinenklooster, waarna 2 jaar later een regeringscommissaris de gebouwen overneemt en de zusters verdrijft. Ze vertrekken naar Lier (België) en enkele maanden later wordt de inboedel publiekelijk verkocht. De publieke verkoop van de domeingoederen wordt op 27-12-1799 gehouden en de nieuwe eigenaar wordt Mathieu Moreau, landbouwer uit Faubourg-St. Walburge bij Luik.

De periode 1800-2001

De nieuwe eigenaren, de familie Moreau en later de families Claessens en Reyns hebben zich niet echt om het behoud van de gebouwen bekommerd. Voor 1822 waren kerk, school, voorbouw en brouwerij al afgebroken en de moestuin werd voor 500 francs per jaar verpacht. De kapel is in die tijd ook niet meer onderhouden en reeds vervallen.

In 1836 verwerft notaris Felix Milliard, gehuwd met Marie Ida Claessens, het geheel en laat verschillende werken aan het complex uitvoeren. Waarschijnlijk is onder zijn regie de achtergevel van de kapel gesloopt en opnieuw, samen met de herbouw van de deels vervallen tuinmuur in verband gemetseld. Het was waarschijnlijk de bedoeling van de familie Milliard om de kapel weer in te richten als devotiekapel en te gebruiken. Hiervan getuigen onder meer de herstelde altaarnis, het parament van strengpersstenen (rond 1900) en de aangebrachte polychromering.

Als in 1881 Felix Milliard overlijdt, gaat het bezit over in handen van Felix jr., die op zijn beurt zeven kinderen had, waarvan er slechts drie volwassen werden. Twee dochters bewoonden het voormalige klooster van de Ursulinen aan de Steegstraat. Amelie Milliard, gehuwd met Mr. Charles Strens, de zoon van de Minister voor de Katholieke Eredienst, bewoonde het linker gedeelte en Louise Milliard het rechter gedeelte. Louise was ongehuwd en stierf als laatste telg van de familie in januari 1922.

Op 5 mei 1923 wordt de Limburgse Land-en Tuinbouw Bond eigenaar van het complex. Er wordt ook een Middelbare Landbouwschool gevestigd. In 1968 verlaat deze school het pand aan de Steegstraat en een periode van 13 jaar leegstand breekt aan. In 1979 koopt de Centrale Rabobank het oude klooster en besluit tot restauratie van het monument. De Ursulinenkapel bleef echter in het bezit van de LLTB bij de verkoop in 1979.

In de periode vanaf ca. 1900 hebben de diverse eigenaars de kapel meer gezien als berghok, dan als historisch monument uit een ver verleden. Minimaal onderhoud werd gepleegd. Zo worden de topgevels nog eens gevoegd met cementmortel.

De ornamenten

I. Het wapenschild boven de ingang.
De wapensteen is uitgevoerd in mergel en is ca. 44 cm hoog en 42 cm breed. Het geheel heeft de vorm van een omgekeerd trapezium. De voorstelling van het geestelijk wapen is in dieprelief en vertoont een beschadigd manlijk schild, waarop een gedeelte van het herautstuk nog valt waar te nemen. Het schild wordt gehouden door een cherubijn met gespreide vleugels en is gedekt door een prelatenhoed met aan beide zijden afhangende kwasten, aan iedere zijde zes stuks. Een voluut ondersteunt het wapenschild aan de onderzijde.

II. De halfronde nis
Deze nis is misschien ooit bedoeld geweest om er een heiligenbeeld in te plaatsen, maar hiervoor zijn geen bevestigingssporen gevonden op de voetplaat. De nis wordt gevormd door genoemde voetplaat, rustend op een uitgemetseld blokliseen en twee gecanneleerde pilasters met blok-abacus, waarop een halfboog rust met sluitblok. Ook de halfboog vertoont enig canneluurwerk. Het geheel is uitgevoerd in mergel. In het midden boven de boog is een met festoenen omgeven cartouche aangebracht. In de cartouche is een gestileerde roos verwerkt, met aan weerszijde een rozenblad.

De oorspronkelijke gedachte, dat het hier zou gaan om een bisschopswapen, moest verlaten worden, omdat er geen Roermonds bisschopswapen met genoemde roos bekend is. Veeleer gaat het om een embleem, dat veelvuldig optreedt in de kerkelijke architectuur. De roos als zinnebeeld van onschuld, mildheid en zwijgzaamheid (ambtsgeheim). We kennen de uitdrukking: "iemand iets sub-rosa toevertrouwen". Sinds het decreet van Paus Hadrianus IV (1154-1159) werd een roos, als symbool van zwijgzaamheid boven alle biechtstoelen en biechtkapellen aangebracht. Wellicht was het de bedoeling de kapel ook als biechtkapel te gebruiken, of is ze zelfs als zodanig gebruikt.

De aan beide zijden aangebrachte hoornen des overvloeds zouden een verwijzing kunnen zijn naar de beide rivieren Maas en Roer, zoals we dat ook elders tegenkomen.

III. De datum-cartouches
De beide datum-cartouches, ca. 25 cm breed en 40 cm hoog, zijn vervaardigd uit mergel en vertonen in hoogrelief twee simultane afbeeldingen van cherubijnen. De kopjes van de cherubijnen zijn oorspronkelijk met veel liefde voor het detail vervaardigd. Door erosie zijn ze echter zeer beschadigd.

Beide stenen dragen een opschrift. De linkersteen vertoont de letters A.N.N.O. en de rechtersteen het jaartal 1.6.9.6. Dit is ongetwijfeld het jaar van voltooiing van de kapel en haar consecratie. Bij de latere restauratie ten tijde van Fredericus Jacobus van Aefferden heeft men de datum-cartouches gehandhaafd.

De gebrandschilderde ramen

Uitgangspunten voor de hoofdcompositie van de beide nieuwe ramen waren:

  • De gedachte van Rura, dat de Ursulinenkapel gezien moet worden als een devotiekapel.
  • De wens van de LLTB om in de kapel aandacht te geven aan St. Isidorus als schutspatroon van de landbouw.
  • Het geven van aandacht aan St. Ursula, als naamgeefster van klooster en kapel.

Met deze uitgangspunten is de ontwerper, Coen G.W.M. Mesterom, kunstglazenier en docent glazenieren uit Vlodrop, aan de slag gegaan.

Devotie is altijd sterk tot uiting gekomen in o.a. de zogenaamde devotie-prentjes. Zowel in het Ursula-raam als in het Isidorus-raam kunnen we een diagonaal geplaatste rechthoek, onderbroken door verticale lijnen, onderscheiden. De diagonale rechthoek relateert aan de vorm van een devotie-prentje.

Bij nadere beschouwing zien we dat zowel de H. Ursula met haar gezellinnen als de H. Isidorus als het ware buiten de kaders van het devotieprentje treden. Dit is symbolisch bedoeld voor het tegemoettredende karakter van de ramen in het kader van een devotionele ontmoeting in de kapel.

Raam H. Ursula

Volgens een in de 11e eeuw ontstane legende zou Ursula de dochter zijn geweest van een koning uit Brittanië. Een heidense prins dong naar haar hand en zij beloofde zijn vrouw te worden op voorwaarde, dat hij zich tot het Christendom zou bekeren en dat hij haar zou toestaan met elfduizend (sic!) maagden een pelgrimstocht naar Rome te ondernemen. Aldus geschiedde; te Rome werd zij met haar gezellinnen door Paus Cyriacus ontvangen, maar op de terugweg werden zij te Keulen door de Hunnen vermoord, evenals Paus Cyriacus en zijn gevolg, die hen op hun reis vergezelden. Kort daarop werden de Hunnen echter door elfduizend engelen verdreven.

Ursula is afgebeeld als een jonge koninklijke maagd in vorstelijk gewaad met een pijl, als teken van haar martelaarschap, in de hand. Ze draagt een wijde mantel, een zogenaamde "schutsmantel" waaronder zij haar gezellinnen, gezeten in een boot, en aan haar zorg toevertrouwd, beschermt.

De prisma"s in de ramen staan symbool voor parels van helderheid, zuiverheid, oprechtheid en onschuld, omgeven door een wit veld als symbool van waarheid, goedheid, maagdelijkheid en geloof. Dit dus in relatie tot de deugden van Ursula en haar gezellinnen.

Ursula draagt een kroon op haar lang, loshangend haar, als teken van haar koninklijke afkomst. De nimbus draagt zij als teken van heiligheid. In het benedenpaneel zien we de in de boot gezeten gezellinnen onder de schutsmantel. De boot ligt in het water van de Rijn (weergegeven door de blauwe golvende lijnen).

De hoofdkleuren in het Ursula-raam zijn blauw en violet-paars. Blauw als symbool voor zuiverheid, oprechtheid, onschuld en hoop; violet-paars als symbool voor martelaarschap en rouw.

Raam H. Isidorus

Bedoeld is de heilige Isidorus van Madrid, ook genoemd Isidorus de Landbouwer (Isidro Labrador). Patroonheilige van arbeiders, boeren en landbouwers. Isidorus wordt aangeroepen tegen droogte en voor een goede oogst.Isidorus was een eenvoudige Spaanse boer die het zonder opvallende daden tot heilige bracht. In dienst van een grootgrondbezitter werkte hij van de vroege ochtend tot de late avond op de akkers. Hij leefde op het scheidingsvlak van de 11e en 12e eeuw.

Hier afgebeeld als een Spaanse boer met dorsvlegel in zijn linkerhand en met zijn rechterhand houdt hij een korenschoof vast. Hoofdkleuren in het Isidorus-raam zijn geel en bruin, symbolisch voor landbouw, akkerbouw, vruchtbaarheid en oogst. Ook Isidorus heeft de nimbus van een heilige.

Bezichtiging van de kapel

Wilt u de kapel op uw gemak bezichtigen en genieten van de devotionele rust, de prachtige ramen en de mozaiek-vloer, overigens met engelengeduld teruggerestaureerd naar gevonden delen en fragmenten, kunt u zich wenden tot de beheerders van de kapel:
Gerry en Bas Pennings
Steegstraat 10
6041 EA Roermond
Tel: 0475-335760
In overleg met de heer of mevr. Pennings kunt u de sleutel van de kapel afhalen.

Uiteraard is het ook mogelijk via de VVV Roermond (www.vvvmiddenlimburg.nl), tel. 0900-2025588 een afspraak te maken om, indien u met een groep de kapel wilt bezichtigen, dit onder leiding van een stadsgids te doen of te laten opnemen in een stadswandeling.

Sponsoren

De Stichting Rura heeft de restauratie van de kapel kunnen realiseren dankzij bijdragen van:

  • Provincie Limburg
  • Gemeente Roermond
  • Prins Bernhard Cultuur Fonds
  • Limburgse Land- en Tuinbouw Bond
  • Stienstra Makelaardij B.V.
  • Zusters Ursulinen te Roermond

Er blijven nog fondsen te verwerven voor het jaarlijks onderhoud. Wilt u de Stichting Rura ondersteunen bij haar werk, of speciaal een bedrag bestemmen voor de kapel, dan is uw bijdrage zeer welkom op rekeningnummer 13.12.04.912, t.n.v. Stichting Rura te Roermond, eventueel onder vermelding van "Ursulinenkapel". Een grote wens van Rura is te zijner tijd de cartouches te vervangen door exacte, complete kopieën.

Alle schetsen van de Ursulinenkapel zijn van de hand van Teunis Dorrepaal BNA. De foto's zijn o.a. gemaakt door Ton Schmitz.

Geef hier uw reactie
Verberg reactieformulier

Uw reactie

Naam

Woonplaats

Opmerking

anti-spam beveiliging
CAPTCHA Image

Voer de letters en cijfers
van het naastgelegen plaatje
in dit veld in, of
Klik hier voor een andere afbeelding
De achtergrondfoto: lange tijd was deze Rattentoren het enige zichtbare overblijfsel van de middeleeuwse stadsmuur van Roermond. Inmiddels is ook een deel van de Cattentoren weer zichtbaar.

Op de achtergrond: de Rattentoren

De Rattentoren was lange tijd het meest zichtbare restant van de Roermondse vestingwerken uit 1300. In het begin van de negentiende eeuw zijn de andere 19 Roermondse vestingtorens afgebroken. De Rattentoren is in 1976 gerestaureerd, waarbij een nieuwe spits is geplaatst. Dankzij Rura zijn nu ook het Heksenhuuske en de Kazemat bij de voormalige Cattentoren weer zichtbaar geworden.