Steunpunt voor kooplieden

Voor het ontstaan van Roermond, zo rond het jaar 1200, zijn verscheidene factoren aan te wijzen. De handel tussen het Rijnland (Keulen) en Brabant en Vlaanderen passeerde in Midden-Limburg de Maas. De handel zocht als het ware naar een vast steunpunt bij deze rivier, zodat kooplieden en neringdoenden een tijdelijk of blijvend rustpunt konden vinden.
Voor de wording van een middeleeuwse stad was de aanwezigheid van kooplieden immers een eerste vereiste. Ook andere factoren waren van invloed op de keuze van de plaats waar zij zich min of meer blijvend vestigden. Een dergelijke handelsnederzetting ontstond praktisch altijd bij een oudere kern waar de jonge stad, zo gezegd, tegen aan kon leunen en die de bewoners een zekere bescherming kon bieden. Een dergelijke oude kern, waarbij naderhand een stad ontstaat, noemt men de prestedelijke kern van een dergelijke een stad.